Waarom fluiten niet leuk is…

 

Heel veel bewondering heb ik voor Cor, Kees, Han en nog een paar van de Viffers die geheel vrijwillig veel wedstrijden fluiten. Gewoon omdat ze het leuk vinden. Ik kom veel mensen tegen die er een hekel aan hebben. Zelf doe ik het omdat het erbij hoort. Hoe komt dat toch dat men zo opziet tegen het fluiten. Wat kun je eraan doen?

Shit, ik moet fluiten
Lid zijn van een vereniging brengt ook verplichtingen met zich mee. Eén ervan is dat er gefloten moet worden. Ik ken mensen die hun lidmaatschap hebben opgezegd omdat ze letterlijk misselijk werden bij het idee om te moeten fluiten. Die kozen ervoor om over te stappen op een andere sport, zonder scheidsrechter. Er zijn genoeg spelers die het fluiten nog altijd voor zich uit schuiven. Ze voelen zich ongemakkelijk op de bok, zijn bang om fouten te maken, zijn onzeker over de regels of zien op tegen het geklaag van de spelers en/of het publiek. Fluiten confronteert je met jezelf, met je eigen onzekerheden.

Vijand in de ogen kijken
Ik was zo’n speler die het voor zich uitschoof. Voordat ik lid werd bij VIF had ik bij eerdere verenigingen nog nooit gefloten. Het was iets waar ik enorm tegenop zag. Ik was al een tijdje bij VIF toen er een dringende oproep werd gedaan voor scheidsrechters. Ik wilde er niet voor weglopen en anderen er niet voor op laten draaien. Soms moet je je vijand recht in de ogen kijken om verder te komen. De angst voor het onbekende is vaak groter dan wanneer je precies weet wat het inhoud. Dus meldde ik me aan voor de scheidsrechters cursus.

Ken de regels
Een scheidsrechters cursus was destijds verplicht om te mogen fluiten. Vier avonden ergens in een gymzaaltje, met iemand van de NeVoBo die de regels uitlegde. We oefenden het fluiten op elkaar. Doodeng natuurlijk dat oefenen voor de groep, maar ook dat hoorde bij het verslaan van mijn ‘vijand’. Het hielp om de regels te kennen, te weten waar je op moest fluiten. Het maakte dat ik me zekerder voelde. Tegelijk werd het ook lastiger, want ik besefte dat er zoveel dingen waren waar ik op moest letten.

Vaak doen / opbouwen
Weten hoe je moet fluiten en daadwerkelijk fluiten was nog wel een verschil. Nu moest ik doorpakken, maar ik zag er nog steeds tegenop. Dus ben ik het gaan opbouwen. Eerst vaker gaan tellen en daarbij goed op de scheidsrechter letten. Vervolgens alle voorbereidingen doen voor een scheids, zoals het net opmeten, tossen (hoeft nu niet meer), spelerskaarten controleren. En toen eerst één set gefloten en daarna pas een hele wedstrijd, met iemand erbij die me tips kon geven.

Niet alles tegelijk
Zo raakte ik langzaam gewend aan het fluiten. Ik pakte met een teamgenoot zelfs de scheidsrechters coördinatie op (zie karikatuur van ons samen). Tot ik door fysieke redenen niet meer kon volleyballen. Na een tussenstop van tien jaar kwam ik terug. De regels waren in de tussentijd flink veranderd en ik zag weer net zo tegen het fluiten op als bij het begin. Dat was balen! Ik heb me opnieuw in de regels verdiept. Maar vooral belangrijk was dat ik mezelf toestond niet gelijk op alles tegelijkertijd te hoeven letten. Telkens als ik ging fluiten koos ik iets waar ik extra op ging letten, om het beter onder de knie te krijgen. Te beginnen met goed letten op of de bal ‘in’ of ‘uit’ was. Maakte iemand intussen een netfout die ik niet zag, dan was dat jammer maar helaas… Voor de wedstrijd verdiepte ik me even in de regel waar ik extra op wilde gaan letten.

Nog een paar tips
– Vraag er een teller bij je je kent en die je kan steunen.
– Koop een eigen fluit. Niets zo erg dan het kwijl van een ander…
– Op volleybalmasterz vind je de spelregels in een begrijpelijke taal. Ook kun je er oefenen door het maken van spelregeltoetsen.

Fluiten doe ik omdat het erbij hoort. Leuk vind ik het nog steeds niet, maar ik heb door het fluiten wel veel over mezelf geleerd. Wie weet dat als ik het lang genoeg blijf doen ik het uiteindelijk fluitend doe…

Corrie (Dames 1)

Volleybal en blessures

Ben je actief op het gebied van volleyballen? Dan heb je ongetwijfeld weleens met een volleybalblessure te maken gehad. Dit zijn vervelende blessures en staan bovendien het beoefenen van je favoriete sport in de weg. Je kunt met allerlei blessures te maken krijgen. Gelukkig zijn er nieuwe ontwikkelingen binnen de fysiotherapie die helpen snel te herstellen van volleybalblessures. Welke ontwikkelingen zijn dat en hoe je kun blessures tijdens het beoefenen van deze sport zoveel mogelijk voorkomen?

Veel voorkomende volleybalblessures
Bijna de helft van alle volleybalblessures ontstaan door een verzwikte enkel. Een derde van alle blessures ontstaat na in aanraking te komen met de bal. Dit zijn bijvoorbeeld schouder- en knieblessures. Een blessure die plotseling ontstaat, is te herkennen aan een acute pijn, maar kan wel snel behandeld worden. Geleidelijke blessures bestaan vooral door overbelasting en vragen vaak om een langdurig herstel. Kort samengevat zijn de meest voorkomende blessures: zweepslagen, liesblessures, schouderblessures en knieblessures.

Nieuwe ontwikkelingen binnen de fysiotherapie in de behandeling van volleybalblessures
Sportfysiotherapeuten maken sinds kort gebruik van specifieke diepe-spiertechnieken. Dit betekent dat je sport specifiek en functioneel wordt getraind. In jouw geval is dat dus op het gebied van volleybal. De bedoeling van deze behandeling is dat je zo snel mogelijk weer naar je oorspronkelijke sportniveau wordt teruggebracht. Dit is een behandeling die nog niet in elke fysiopraktijk in Nederland wordt uitgevoerd.

Hoe de fysiotherapeut het herstelproces versnelt
Een fysiotherapeut kan het herstelproces versnellen door een gerichte behandeling uit te voeren. Een sportfysiotherapeut kijkt niet alleen naar hoe een blessure is ontstaan, maar ook hoe je motoriek in elkaar steekt. Er wordt tijdens een behandeling samen met jou gewerkt aan coördinatie, snelheid, lenigheid, kracht en uithoudingsvermogen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van specifieke diepe-spiertechnieken. Daarnaast kan het proces versneld worden als een fysiotherapeut regelmatig contact heeft met jou trainer voor een aangepast trainingsschema.

Volleybal blessures voorkomen
De meeste blessures kun je voorkomen door in te investeren in een goede warming-up en spierversterkende oefeningen. Wat kan nog meer bijdragen aan het voorkomen van blessures tijdens het volleyballen?

-Gebruik braces ter ondersteuning en bescherming;
-Bereid je voor op een training of wedstrijd met rek- en strekoefeningen;
-Probeer bij een sprong zo zacht mogelijk op een harde ondergrond te landen;
-Heb je last van pijn of overbelasting? Raadpleeg een arts of specialist. Ga pas weer trainen als een zorgverlener daarmee instemt.

Maak een afspraak bij Fysio Hilversum
Kamp je met een volleybalblessure en wil je herstelproces bespoedigen? Maak dan een afspraak bij Fysio Hilversum (fysio-hilversum.nl) voor de beste behandeling. Je kunt dan weer zo snel mogelijk met je volleybaltrainingen- en wedstrijden aan de slag.

(Ingezonden blog door Fysio Hilversum)

Verschroeide kipfilet en alsnog 3-2

Wedstrijdje tegen Prima Donna. We hebben werkelijk alles gegeven en helaas toch nog verloren met drie tegen twee. Een leuke pot, dat wel. Maar de dag erna: wat kleine lichamelijke ongemakken zeg maar… Ik ben vooral benieuwd. Ben ik de enige die hier last van heeft? Eerlijk zeggen!

Roestige springveren
Volleybal, het blijft heerlijk. Ik zal de laatste zijn die het tegendeel zal beweren. Het enthousiasme wordt er niet minder om, ik ga voor elke bal. Mentaal dan, want waar ik in gedachte de bal allang geblokt heb, staan mijn voeten nog aan de grond. Een beetje last van roestige springveren, ze komen pas los in de loop van de wedstrijd. Zo tegen het einde…
Ik geef toe: ik ben de jongste niet meer. Toch is het frustrerend dat die springveren de volgende ochtend nog vaster zitten dan voor de wedstrijd. Heel flauw. Doe ik daar zo mijn best voor in het veld?

Vleugellam aan één kant
Het zijn niet alleen de springveren die protesteren. Na zo’n 25 jaar smashen vindt mijn rechterschouder het allemaal wat minder gezellig. Nu kan ik gelukkig zowel met rechts als met links smashen en stap ik als het echt niet gaat gewoon over op mijn andere arm. Op advies van de trainer ben ik mijn smash-techniek aan het veranderen. Ik moet de slagbeweging afmaken en niet halverwege stoppen. Dat geeft namelijk steeds een optater in mijn schouder. Maar ja, probeer die gewoonte er maar eens uit te halen. Dat is lastig. Eigenlijk hoop ik dat ik het op die andere schouder gewoon nog eens 25 jaar vol zal weten te houden.

Verschroeide kipfilet
Toch zijn die roestige spieren en pijnlijke schouder niet de lichamelijke ongemakken die me het meest dwars zitten. Nee, sinds kort heb ik er een nieuwe bij. Toen ik afgelopen voorjaar mijn zomerse T-shirtjes weer ging dragen, zaten ze er opeens. Mijn dochter wist het me haarfijn duidelijk te maken, toen ik haar ’s morgens uitzwaaide.
‘Hé mam, je hebt kipfiletjes!’, riep ze lachend, half achterom hangend op haar fiets. ‘Ze zwabberen!’
‘Moet dat zo hard!’, was het enige wat ik uit wist te brengen.
Ik probeerde ze te negeren, die kipfiletjes. Meestal lukte dat wel. Tot die bewuste wedstrijd tegen Prima Donna. De volgende ochtend had ik last van roestige springveren, was ik aan één kant vleugellam en schuurde de stof van mijn T-shirt langs twee verschroeide kipfiletjes. Dat alles bovenop de kater van 3-2 verlies.

Toch blijf ik zeggen: volleybal, het is heerlijk om te doen. Al die ongemakken neem ik voor lief, in ruil voor een lekker potje ballen. Moreel zou het me echter wel helpen om te weten dat ik niet de enige ben die hiermee kampt. Dus eerlijk zeggen. Hoe staat het met jouw kipfiletjes?

Corrie, Dames 1